Een bezorgd burger stelt vragen aan machthebbers

31 juli 2008

Antwoord op: Vaderschap II

Geachte heer Weijnschenk,

Naar aanleiding van uw vraag kan ik u als volgt berichten.

U schrijft in uw e-mail dat u vindt dat er sprake is van ongelijke behandeling van mannen ten opzichte van vrouwen bij het aanvragen van een paspoort voor kinderen door een van de ouders. Ik kan verder geen commentaar geven op de door u als ongelijke behandeling aangemerkte gang van zaken en over de regels die van toepassing zijn op het aanvragen van een paspoort aangezien deze aangelegenheden niet op het terrein van ons ministerie liggen. Voor vragen over dit onderwerp kunt u terecht bij de gemeente zelf of het ministerie van Justitie.

De vragen over het vaderschapsverlof en de bijstandsuitkering liggen wel op het terrein van ons ministerie. Ik zal dan ook kort ingaan op uw vragen.

U geeft aan dat u vindt dat een vader in Nederland ongelijk wordt behandeld ten opzichte van de moeder omdat de vader geen recht heeft op betaald verlof. Een zwangere vrouw heeft in Nederland recht op 16 weken betaald zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorg. In het algemeen heeft de Wet arbeid en zorg als doel om de combinatie van arbeid en zorg mogelijk te maken. Een van de redenen dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof voor de moeder er is, is om ervoor te zorgen dat de keuze om zwanger te raken niet afhankelijk is van eventuele financiële nadelen (verlies van inkomsten). Daarnaast zorgt het betaald verlof ervoor dat het in dienst nemen van vrouwen of het in dienst hebben van zwangere werkneemsters niet onaantrekkelijk wordt voor werkgevers. Verder speelt er ook nog mee dat medisch gezien de moeder en het kind in de 4 weken voor de bevalling en 12 weken daarna de grootste gezondheidsrisico’s lopen. Naast de algemene doelstelling die met de verlofvormen uit de Wet arbeid en zorg wordt gediend, is het zwangerschaps- en bevallingsverlof specifiek dus ook nog eens gericht op de bescherming van de gezondheid van de moeder en het kind en wordt de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt beschermd.

De reden dat deze bescherming in de vorm van verlof aan de vrouw wordt toegekend en niet aan de man is dus dat er een wezenlijk verschil is in de positie van een vrouw en een man bij de zwangerschap en in de periode na de bevalling.

Ondanks dit verschil, welke een goede grond vormt voor het onderscheid dat tussen man en vrouw wordt gemaakt bij het regelen van een vorm van betaald verlof, is er voor beide ouders de mogelijkheid om onbetaald ouderschapsverlof te genieten. Bovendien hebben vaders recht op kraamverlof gedurende twee dagen. Er is recentelijk wel een poging ondernomen om het betaalde vaderschapsverlof in te voeren in Nederland. Dit betaalde vaderschapsverlof was dan zo ingericht dat de twee dagen kraamverlof verlengd zouden worden tot twee weken betaald vaderschapsverlof. Dit initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks is nog in behandeling in de Tweede Kamer. De toekomstige ontwikkelingen over dit onderwerp kunt u volgen in de media. Als u zelf het voorstel nog eens wilt nalezen kunt u dat doen via de site www.overheid.nl, onder officiële publicaties, door te zoeken naar kamerstuk 31071, nr. 7 uit het vergaderjaar 2007-2008.

Als laatste geeft u aan in uw e-mail dat er regels zijn uit de Wet werk en bijstand die wel gelden voor bijstandsmoeders (alleenstaande moeders in de bijstand) maar niet voor alleenstaande vaders die ook in de bijstand zitten. Ik neem aan dat u daarmee doelt op de vrijstelling van de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders in de bijstand. Dit onderwerp heeft veel aandacht gehad in de media waarin vooral over de bijstandsmoeders werd gesproken. Het is echter zo dat de vrijstelling van de sollicitatieplicht van toepassing is op alleenstaande ouders die in de bijstand zitten, dus vaders en moeders. Het is dus niet zo dat de regels die op grond van de Wet werk en bijstand gelden voor alleenstaande ouders die in de bijstand zitten zorgen voor een onderscheid tussen mannen en vrouwen die niet toelaatbaar is.

Een ander actueel onderwerp in dit verband is de scholingsplicht voor alleenstaande ouders in de bijstand. Staatssecretaris Aboutaleb heeft korte tijd geleden een wetsvoorstel ingediend om een scholingsplicht voor de alleenstaande ouders in de bijstand in te voeren. Meer over dit onderwerp kunt u lezen op onze website.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groeten,

Dhr. O. Ercan

Afdeling Publieksinformatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

18 juli 2008

Antwoord op Paarden en Criminelen II

Geachte heer Weynschenk,

In uw e-mails van 8 mei en 1 juli jongstleden stelt u mij twee verschillende vragen. U vraagt of agenten van de bereden politie niet de behoefte van hun paarden op behoren te ruimen. En u vraagt waarom ik geen opdracht geef om in Amsterdam Zuid preventief fouilleren in te zetten.

Ik begrijp dat u zich eraan ergert dat paardenpoep op de weg blijft ligen. Het betreft echter een omvangrijke substantie die niet zoals hondenpoep snel, hygiënisch en eenvoudig opgeruimd kan worden. Om deze redenen heeft de bereden politie met de reiniging van stadsdeel centrum afspraken gemaakt over het opruimen. Na een telefonische melding door de ruiter is de reiniging over het algemeen binnen 5 minuten ter plaatse, hooguit duurt dit een kwartier. De bereden politie begeeft zich buiten stadsdeel centrum over het algemeen op straten met druk verkeer. In deze straten heeft opruimen niet veel zin, omdat de substantie droog is en verpulverd wordt door het langsrijdende verkeer. Indien een paard zijn behoefte doet op een kwetsbare plek (bijvoorbeeld een kinderspeelplaats) heeft de ruiter de plicht zelf maatregelen te nemen, zoals het vragen van een schep of bezem aan een winkelier en het in de goot te vegen.

Preventief fouilleren kan worden ingezet wanneer geconstateerd wordt dat er veel wapenincidenten plaatsvinden in een bepaald gebied. Het is altijd onderdeel van een pakket aan maatregelen, zoals de aanpak van drugspanden en dealers, de inzet van een vliegende brigade en camera's. In mei 2008 is in het kader van de evaluatie preventief fouilleren gekeken naar het aantal wapenincidenten in de stad. Deze evaluatie kunt u vinden op onze website http://www.eenveiligamsterdam.nl. In relatie tot Centrum, Zuid Oost, Groot Oost en zelfs Amsterdam West zijn er in Amsterdam Zuid relatief weinig wapenincidenten. Er is derhalve op dit moment geen aanleiding voot het inzetten van preventief fouilleren in Amsterdam Zuid.

Hoogachtend,

De loco-burgemeester van Amsterdam,

Mr. Dr. L.F. Asscher

11 juli 2008

Antwoord op: Paarden en criminelen

Geachte heer Weijnschenk,

Onze afdeling postverwerking heeft verzuimd u een ontvangstbevestiging te sturen van uw mail. Uw mails, zowel die van 8 mei als die van 27 juni jongstleden, zijn in goede orde ontvangen.

De beantwoording van uw mails heeft enige tijd op zich laten wachten, omdat advies is gevraagd aan de politie over uw 1e vraag inzake het opruimen van paardenpoep. Het advies van de politie is inmiddels ontvangen.

Beantwoording van uw mail kunt u een dezer dagen tegemoet zien,

Met vriendelijke groet,

Martha Specker
Jr beleids- en projectadviseur

Directie Openbare Orde en Veiligheid
Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Bezoekadres: Amstel 1
Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Telefoon 020 552 2942
Fax 020 5522905

www.eenveiligamsterdam.nl
www.amsterdam.nl

Antwoord op: vaderschap

Uw E-mail kenmerk is 19244.


Geachte heer Weijnschenk,

Aangezien u de verstrekte informatie gaat publiceren, moet u zich wenden tot de afdeling Persvoorlichting van het betreffende ministerie. Voor het eerste deel van uw e-mail kunt u zich wenden tot de afdeling Persvoorlichting van het ministerie van Justitie. Voor het tweede deel van uw e-mail kunt u zich wenden tot de afdeling Persvoorlichting van het ministerie van SZW.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Niels Barkhuysen
Publieksvoorlichter Postbus 51 Informatiedienst

Meteen maar even gedaan dus.

9 juli 2008

Antwoord op: verpakkingsbelasting II

Uw E-mail kenmerk is 19249.

Geachte meneer Weijenschenk,

Hartelijk dank voor uw e-mail.

Hierin vraagt u zich af of de verpakkingenbelasting zijn doel niet voorbijschiet doordat de belasting uiteindelijk wordt doorberekend aan de consument. Hierdoor zouden producenten niet geneigd zijn om de hoeveelheid verpakkingsmaterial te verminderen.

Allereerst is van belang dat bedrijven niet verplicht zijn om de verpakkingenbelasting door te berekenen. Zij kunnen deze belasting ook bekostigen vanuit hun winstmarge. Op dat moment zorgt een besparing op verpakkingsmateriaal via een lagere verpakkingenbelasting voor een hogere winstmarge en is er dus een interesse voor de producent om zijn hoeveelheid verpakkingsmateriaal te verminderen.

Maar ook als de producent de verpakkingenbelasting wel doorberekent, is het nog steeds interessant om de hoeveelheid verpakkingsmateriaal te verminderen. Immers, op het moment dat een producent de verpakkingenbelasting doorberekent, verhoogt dit de kostprijs van zijn product. Door minder verpakkingsmateriaal te gebruiken en daardoor minder verpakkingenbelasting te betalen kan deze kostprijs worden verlaagd. Daardoor zal er meer vraag komen naar zijn product en zal zijn product ook interessanter zijn dan het product van de concurrent die niet bespaart op zijn verpakkingsmateriaal.

Ten slotte is van belang dat de verpakkingenbelasting niet alleen ten doel heeft de hoeveelheid verpakkingsmateriaal te verminderen. De verpakkingenbelasting zorgt ervoor dat de milieukosten van verpakkingen worden gereflecteerd in de prijs van een product. Dit beginsel staat ook bekend als "de vervuiler betaalt". Hier ligt de gedachte achter dat het de voorkeur heeft gedrag te belasten dat vervuilend is dan gedrag dat eigenlijk zou moeten worden gestimuleerd, zoals het verdienen van inkomsten uit arbeid of winst.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,
Michelle Hagebeek-Stok