Een bezorgd burger stelt vragen aan machthebbers

9 december 2005

Verhagen

Geachte heer Verhagen,

Het was even zoeken maar uiteindelijk heb ik dan een mogelijkheid gevonden om contact met U op te nemen zonder dat dat per brief hoeft. Is het wellicht een idee om het voor burgers iets eenvoudiger te maken contact met U op te nemen?

Zelf heeft U namelijk ooit aangegeven graag de dialoog aan te gaan. Daartoe was op Uw persoonlijke site ooit het digitale spreekuur ingesteld.

Helaas is daar hoegenaamd niets van terecht gekomen waaruit men zou kunnen concluderen dat U helemaal niet graag de dialoog aangaat. Sterker nog: via Uw website (http://www.maximeverhagen.nl)
is het niet eens mogelijk Uw kantoor te bellen of een e-mail te sturen. Zelfs een kerstwens sturen is niet mogelijk aangezien zelfs de meest elementaire contact-informatie ontbreekt.

Mijnheer Verhagen, het heeft er alle schijn van dat U Uw best doet om de dialoog met de gewone burger te ontlopen.

Aan U de taak om die schijn weg te nemen.

Hoogachtend,

TW

9 november 2005

Spandoeken

Door geheel Amsterdam zijn leuzen te lezen gericht tegen (het beleid van) minister Verdonk. Op last van de burgemeester worden deze verwijderd. Ik vroeg hem naar het waarom.

Geachte heer Cohen,

Op 2 november jl. toonde U zich een vurig voorstander van het recht op vrijheid van meningsuiting. De dagelijkse praktijk van Uw beleid wijst echter op een tegengestelde mening. Op diverse plaatsen in de stad hangen spandoeken met daarop leuzen gericht tegen het asielbeleid van minister Verdonk. In Uw opdracht worden deze bij voortduring verwijderd. Spandoeken echter, die zich bijvoorbeeld richten op het behoud van bomen in stadsdeel Oud-west worden met rust gelaten. Vanwaar dit tweeslachtig beleid? Waarom zijn leuzen gericht tegen de beleidsvoering van stadsdeelambtenan in Uw ogen wél toelaatbaar en leuzen gericht tegen het beleid van een minister niet? Gaarne Uw ongetwijfeld weloverwogen reaktie.

Hoogachtend,

TW

11 oktober 2005

Discriminatie

Geachte mevrouw Verdonk,

In Uw meest recente column pleit U voor een voorbijgaan aan de inhoud van artikel 1 van onze grondwet in voorkomende gevallen.

Ondermeer haalt U hierbij aan dat de onderwijsplicht uitsluitend geldt voor kinderen en niet voor volwassenen maar dat in wezen mensen uit diverse maar gelijkwaardige groepen als gelijken behandeld dienen te worden.

Allochtonen die al een tijdje in Nederland wonen zijn in Uw ogen niet gelijkwaardig aan bijvoorbeeld Nederlanders die zich niet kunnen redden in het Engels (om maar te zwijgen van grote groepen Nederlanders wiens kennis van de moedertaal abominabel is!) of doodsangsten uitstaan als van hen wordt verwacht met consumenten-electronica om te gaan.

Ook dat zijn tegenwoordig minimumeisen die gesteld mogen worden aan mensen die volwaardig aan de maatschappij wensen deel te nemen.

Vanwaar dan die uitzonderingspositie voor mensen van niet-Nederlandse komaf? Een mevrouw van Duitse komaf die hier al twintig jaar woont maar nog immer nauwelijks de taal spreekt moet verplicht op cursus?

Wellicht is het handiger om gemeenschapszin te kweken in plaats van mensen doelbewust in groepen op te splitsen. De mevrouw in mijn voorbeeld zou bijvoorbeeld lekker Bratwurst kunnen gaan koken voor haar Nederlandse buurvrouw met wie zij samen GTST kijkt...

Bovendien is Uw beoogde systeem een vrijgeleide om in de toekomst nog meer "uitzonderingen" te maken. Als één schaap over de dam is...
Oftewel: in de praktijk blijkt dat het nooit bij slechts één uitzondering blijft.

Het zou zomaar kunnen gebeuren dat iemand een stichting opricht die opkomt voor de belangen van de "niet-gehandicapte, blanke, in Nederland geboren werkloze alleenstaande man met kinderen". Ook dat is namelijk een uitzonderingsgroep.

Mijn hypothetische vraag aan U is deze:
Mag deze -nu nog imaginaire- stichting vrouwen met een donkere huidskleur het lidmaatschap ontzeggen?

Alvast mijn dank voor het ingaan op bovenstaande materie.

Hoogachtend,

Dhr. T. W.

P.s. Voor de goede orde vermeld ik nog even dat bovenstaande vraag en het eventuele (uitblijven van een) antwoord gepubliceerd wordt op:
http://vragen.blogspot.com

14 september 2005

Vervolg op: antwoord op: Speeltuintje

Vandaag ontving ik al antwoord op mijn recente vraag betreffende een speeltuintje:

Via Anne Marie Hoogland kreeg ik uw mail over de nieuwe speelplek toegestuurd. Ik zal kort ingaan op uw vragen c.q. opmerkingen.

Het klopt dat het (te) lang heeft geduurd voordat de speelplek opnieuw is ingericht. Hier zijn verschillende oorzaken voor waar ik u niet lastig mee zal vallen. Uw belangrijkste vraag is:
Waarom is gekozen voor een grote alluminium bal.

Binnen Westerpark kennen we een Speelplekkenactieplan (SAP) waar per buurt gekeken is naar spelgelegenheid voor alle leeftijden. Volgens dit plan moest in de Van reigersbergenstraat een speelplek komen voor jonge kinderen. Samen met buurtbewoners is gezocht naar een goede inrichting. Eén van hun voorwaarden was een object dat geen zwervers etc zou aantrekken. Gezamenlijk is toen gekozen voor deze bol. Het is bedooeld als klimplek. U geeft aan dat dit moeilijk is en da het materiaal te weersgevoelig is. Tot voor kort stond de bal op een andere plek in WP. De bal moest vanwege een herinrichting verdwijnen tot ongenoegen van de buurtbewoners. Zij gaven juist aan dat het object erg geschikt was voor kleine kinderen. Uw opmerking staat hier haaks op. Ik geef uw opmerkingen door aan de afdeling wegen. Bij inpesctie van het object kunnen zij uw informatie dan meenemen.

Mirjam van 't Hof
sectorhoofd Stadsdeelwerken

13 september 2005

Antwoord op: speeltuintje

Alsof ze op m'n vraag zat te wachten reageerde mevrouw Hoogland binnen luttele minuten op mijn vraag:
Beste T,

Dank je voor je berichtje. Ik zal verzoeken aan de betrokken ambtenaren
om even contact met je op te nemen. Overigens is het in de toekomst van
belang contact op te nemen met mijn collega Dirk de Jager.

Anne Marie Hoogland

Speeltuintje

Omdat het klimrek na een jaar of vijf eindelijk is vervangen maar door iets dat onmogelijk voor speeltoestel kan doorgaan schreef ik een brief aan stadsdeelvoorzitter van Westerpark Anne Marie Hoogland.

Geachte mevrouw Hoogland,

Gezien het feit dat U "sport en recreatie" in uw portefeuille heeft richt ik mij tot U met mijn vraag.

Enige jaren terug verdween het klimrek ter hoogte van de van Reigersbergenstraat 760. Navraag bij de raad leerde dat het (volledig uit touwen bestaand en door rubber tegels omzoomde) klimrek te gevaarlijk zou zijn. Het was technisch mogelijk dat kinderen er uit zouden kunnen vallen.

Toenmalig wethouder voor GroenLinks, de heer Fred Kramer, beloofde dat er binnen een jaar een nieuw en veiliger speeltoestel zou verrijzen op de al snel door onkruid overwoekerde plek.

Helaas is inmiddels bekend hoe de heer Kramer omging met door hem gedane toezeggingen, herinnerend aan bijvoorbeeld het debacle rond de Silodam.

Nu is het niet mijn bedoeling oude koeien uit de sloot te halen maar wel om U er op te wijzen dat eea zich vele jaren geleden voltrok. Sinds kort is dan eindelijk de aan de buurt gedane belofte ingelost en staat er een nieuw speeltoestel.

Het gaat om een, zeker voor kleine kinderen, enorme aluminium koepel. Door de gladheid van de structuur onmogelijk om te beklimmen en op dagen dat de zon fel schijnt ronduit gevaarlijk om aan te raken door de enorme hitte die het gevaarte uitstraalt.

Mag ik U derhalve uitnodigen om te komen demonstreren hoe het toestel door jonge kinderen gebruikt dient te worden? Kan het namelijk niet worden gebruikt om mee te spelen dan verzoek ik U de ontwerper terug te laten keren naar de ontwerptafel danwel het in het project gestoken geld terug te vragen om dat vervolgens te besteden aan een realistische speelmogelijkheid voor de buurtkinderen.

Alvast mijn dank.

Hoogachtend,

TW

8 september 2005

Antwoord op: Vervolg op: Nienke Kleiss

Het Om blijkt met het beantwoorden van vragen bijna net zo snel als met het veroordelen van onschuldigen...

Geachte heer TW,

Momenteel wordt de hand gelegd aan de evaluatie van de Schiedammer park
moord. Hierin zullen alle vragen mbt de zaak worden beantwoord. Het is denk
ik raadzaam de resultateen van dit onderzoek af te wachten. Dit neemt niet
weg dat de actualiteit het OM kan nopen om eerder informatie te geven. In
dat geval wil ik ik u adviseren om onze website en de serieuze media in het
oog te houden

Ik hoop dat ik u van dienst heb kunnen zijn

Met vriendelijke groet,

Dick Zuilhof
Publieksvoorlichting Openbaar Ministerie

Vervolg op: Nienke Kleiss

Omdat ik niet geheel tevreden was met het gegeven antwoord stelde ik een vervolg-vraag op, gericht aan het OM:

Geachte heer Zuilhof,

Allereerst dank voor Uw prompte reaktie.
Toch wil ik U verzoeken nog iets voor mij op te helderen.
In Uw verklaring vind ik terug dat het OM geen reden zag te twijfelen aan de deskundigheid van het NFI. Ook volgens de AG is het niet aannemelijk dat een daderprofiel kan worden aangetroffen in het nagelvuil van een slachtoffer van verwurging.

Het spijt me maar ik vind dit nogal onaannemelijk. Bovendien zat er DNA-profiel op de laars van het slachtoffer. Afgaand op Uw verklaring heeft het meisje zich gewillig laten misbruiken en vermoorden zonder van zich af te hebben gekrabt en geschopt. Persoonlijk vind ik dat moeilijk te geloven, temeer daar er geen sporen zijn aangetroffen van een bedwelmend middel op de plaats delict.

Gaarne Uw reaktie.

Hoogachtend,

Antwoord op: Nienke Kleiss

Mijn vraag van gisteren aan de heer Donner is beantwoord door een woordvoerder van het College van Procureurs-Generaal en wel zo snel dat mag worden vermoed dat het antwoord al klaar lag voordat de vraag werd gesteld. Een beetje zoals de arresteatiebevelen al klaar lagen voordat Marinus van der Lubbe zijn taak had volbracht...

Geachte heer TW,

Ik geef u hierbij de reactie van het College van procureurs-generaal van het
Openbaar Ministerie op de uitzending van Netwerk over de z.g.n.Schiedammer
parkmoord, 5 september 2005.

De rapportage van het NFI waaruit blijkt dat er op verschillende plaatsen
celmateriaal is aangetroffen dat een onvolledig DNA-profiel opleverde van
een onbekend individu, niet zijnde Borsboom, stond ter beschikking van de
rechtbank en het Hof. Ook is, zowel in eerste aanleg als tijdens het hoger
beroep, de DNA-deskundige van het NFI ter zitting gehoord als
getuige-deskundige. De advocaat-generaal (AG) heeft geen
onderzoeksresultaten van het NFI ontkend, maar heeft in haar requisitoir de
deskundige van het NFI gevolgd in zijn uitspraken ter zitting.
Volgens het OM is er derhalve geen cruciaal bewijs achtergehouden in deze
zaak.

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft in elk rapport van deze zaak
aangegeven geen match te hebben gevonden tussen het DNA-profiel van de
verdachte en de sporen die zijn gevonden op de plaats van het delict.
Op verzoek van de raadsman heeft het Hof nog een aantal aanvullende
DNA-onderzoeken laten verrichten. De AG gaat in haar requisitoir in op het
DNA-profiel van de onbekende derde dat is gevonden in nagelvuil van Nienke
en op Nienke's linkerlaars. Zij zegt dat dat profiel door de DNA-databank is
gehaald, maar dat dat geen hit heeft opgeleverd. Zij plaatst de kanttekening
dat het enkele feit dat DNA-materiaal wordt aangetroffen niets zegt, omdat
ieder mens DNA achterlaat, de een makkelijker dan de ander. "Bij het geven
van een hand kun je al DNA 'sharen'", waar het om gaat is dat er
aanwijzingen moeten zijn dat het om een daderspoor gaat. De AG zegt dat zij
geen indicatie heeft dat het profiel in het nagelvuil en op de linkerlaars
daderprofielen zijn. Zij leunt daarbij op wat de DNA-deskundige heeft gezegd
op de terechtzitting van 18 februari 2002, namelijk dat het DNA van het
nagelvuil/wreef laars geen relatie met het delict hoeft te hebben.
Het OM heeft geen enkele reden te twijfelen aan de deskundigheid van het NFI
in deze zaak.

Het College van Procureurs-generaal heeft eind december 2004 opdracht
gegeven de opsporing en vervolging in de Schiedammer parkmoord te evalueren.
Dit onderzoek is inmiddels afgerond en bevindt zich in de consultatiefase.
Zodra deze fase is afgerond zal het College van PG's zijn bevindingen
openbaar maken.


Ik hoop dat ik u van dienst heb kunnen zijn

Met vriendelijke groet,

Dick Zuilhof
Publieksvoorlichting Openbaar Ministerie

6 september 2005

Nienke Kleiss

Vermoedelijk hielden het Nederlands Forensisch Instituut en het Openbaar Ministerie bewust informatie achter in de zaak van de moord op de toen 10-jarige Niemke Kleiss. Vandaar deze brief aan het ministerie van justitie:

Geachte heer Donner,

Mocht uit onderzoek blijken dat de makers van het actualiteiten-programma Netwerk
gelijk hebben en er inderdaad sprake is van grove nalatigheid door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Openbaar Ministerie (OM) in de zaak Nienke Kleiss, zult U dan de volledige verantwoordelijkheid nemen of schuift U die dan af op iemand anders?

Als minister van Justitie bent U namelijk verantwoordelijk voor het correct opereren van genoemde instanties. Tenzij ik verkeerd ben geïnformeerd en U uitsluitend een ceremoniële functie heeft.

Gaarne per omgaande een antwoord op deze voor mij en vele anderen prangende vraag.

Hoogachtend,

TW

P.s. Deze vraag, het antwoord daarop danwel een melding van het uitblijven daarvan, wordt gepubliceerd op http://vragen.blogspot.com

22 augustus 2005

Veerman

Geachte heer Veerman,

Nu U zelf naar buiten bent getreden met de mededeling dat U een stichting Uw persoonlijke landbouwbedrijven laat beheren terwijl die bedrijven zo'n 189.000 euro per jaar ontvangen aan Europese landbouwsubsidie en U bovendien bekend staat als tegenstander van verlaging van die subsidie: hoe denkt U te voorkomen dat kiezers Uw twee functies (die van minister van LNV en die van leidinggevend aan twee landbouwbedrijven) als onverenigbaar zien? Bovendien zou ik persoonlijk graag antwoord krijgen op de vraag: omschrijft U eens het ideële karakter van Uw bedrijven waardoor zij in Uw ogen onder een stichting kunnen vallen.

Alvast mijn dank voor Uw ongetwijfeld bijzonder oprechte antwoord.

Voor de goede orde: van het bovenstaande en (het uitblijven van) Uw eventuele antwoord wordt gewag gemaakt op het volgende internet-adres:
http://vragen.blogspot.com

Hoogachtend,

TW

21 juni 2005

Vervolg III op: Zalm/AIVD

Aangezien Uw woordvoerder, de heer van Beers, weigert verder in te gaan op mijn reeds in november 2004 gestelde vraag, stel ik deze nogmaals:

Waar haalt de heer Zalm de miljoenen vandaan die hij toezegde aan de AIVD ter bestrijding van terrorisme? Vertelde hij niet de waarheid toen hij eerder vertelde dat de staatskas leeg was of komt er een nieuwe ronde bezuinigingen?

Voor alle duidelijkheid: een eerdere formulering van deze vraag vindt U hier:
http://vragen.blogspot.com/2005/05/vervolg-ii-op-zalmaivd.html

Indonesië

Terwijl niet bekend is wat er met de miljoenen is gebeurd die Nederland naar aanleiding van de tsoenami naar het rampgebied stuurde, onttrekt minister van defensie Henk Kamp ruim een miljard euro aan de Indonesische bevolking voor de levering van vier schepen "in de strijd tegen piraterij" terwijl bekend is dat de schepen vooral zullen worden gekeerd tegen de eigen bevolking. Ik vroeg de minister hoe hij deze zet wil verantwoorden:

Geachte heer Kamp,

Met de levering van in totaal vier marineschepen aan Indonesië is een bedrag gemoeid van ruim een miljard euro dat de Indonische regering mag uittrekken voor een "betere beveiliging" van de eilanden.

Vermoedelijk weet U al waarom mij dit tegen de borst stuit maar ik zal toch nog even uitwijden:

-Vlak na de tsoenami die vooral Atjeh zwaar heeft getroffen haalde de Nederlandse bevolking enkele tientallen miljoenen euro's op, bestemd voor hulp aan de slachtoffers. Van het grootste deel van dat geld is niet bekend waar het terecht is gekomen.
Bent U bereid geld te onttrekken aan de wederopbouw van de getroffen gebieden ten faveure van vulling van met name de kas van de Koninklijke Schelde Groep die de opdracht mag uitvoeren?

-Schepen die waren bedoeld voor de bestrijding van piraterij in de wateren rond Indonesië zijn gebruikt bij de bestrijding van interne onlusten. Wie geeft de garantie dat de nieuwe schepen uitsluitend voor vredes-handhaving worden gebruikt?

-Denkt U ook deze keer zich te kunnen verschuilen achter het excuus:
"Ja maar, de lobby was zo sterk dat ik niet anders kon dan accoord gaan."? Ten overvloede herinner ik U eraan dat U dat deed toen een Nederlandse militair het leven liet bij een mortieraanval in Irak en bleek dat er geen geld was gestoken in luchtafweergeschut maar destemeer in schepen en jachtvliegtuigen.

Erop vertrouwend dat U bovenstaande vragen serieus zult beantwoorden, teken ik.

Hoogachtend,

TW

P.s. Voor de goede orde laat ik U weten dat bovenstaande brief, zo ook het (eventueel uitblijven van)
Uw antwoord wordt gepubliceerd op:
http://vragen.blogspot.com

1 juni 2005

Heffingen

Van de Dienst Belastingen Amsterdam ontving ik een afwijzingsbrief op mijn verzoek om (gedeeltelijke) kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen. In mijn bezwaarschrift vraag ik om tekst en uitleg.

Directeur Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam
afdeling Kwijtschelding FZP
Postbus 23475
1100 DZ AMSTERDAM


Betreft: aanslagnummer ********, subjectnummer ******

Amsterdam, 1 juni 2005


Geachte dames, heren,

In reaktie op Uw afwijzingsbrief deel ik U mede dat ik het niet eens ben met Uw beschikking
onder bovenvermeld subjectnummer.

U baseert zich op de hoogte van mijn netto-besteedbaar inkomen dat volgens U hoger is
dan de voor mij geldende kwijtscheldingsnorm.

Ik ben echter van mening dat een inkomen op bijstandniveau, al is het dan op bijstandniveau van een een-oudergezin,
laag genoeg is om recht te doen gelden op (gedeeltelijke) kwijtschelding van de gecombineerde aanslag 2005.

Mijn vraag aan U is dan ook tweeledig:
1.Hoeveel euro onder bijstandniveau moet een inkomen in Amsterdam zijn om in aanmerking te komen voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen 2005?
2.Wilt U zo goed zijn mijn aanvraag in heroverweging te nemen?

Aanvaard alvast mijn dank voor de te nemen moeite bij het beantwoorden van mijn vragen.

Hoogachtend,

TW

26 mei 2005

Antwoord op: Beeldrecht

Afgelopen woensdag vroeg ik het ministerie hoe het zit met het beeldrecht van echte criminelen tegenover die van voetbal-hooligans.

Hier is het antwoord:

Geachte heer W,


Bij het publiceren van foto's van verdachten zal er een belangafwegging gemaakt moeten worden, de privacy van de gedachten eenerzijds en
het belang van opsporing anderzijds. De Wet bescherming Persoonsgegevens maakt in artikel 43 een uitzondering op de hoofdregel: Artikel 43
-------------------------------------------------------------------------------
De verantwoordelijke kan de artikelen 9, eerste lid, 30, derde lid, 33, 34 en 35 buiten toepassing laten voor zover dit noodzakelijk is in het belang
van:
a. de veiligheid van de staat;
b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c. gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld onder b en c, of
e. de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

Met vriendelijke groet,

Bennie Roeterdink
Publieksvoorlichter
Ministerie van Justitie
In andere woorden: Justitie mag doen waar zij zin in heeft. Weten we dat ook weer.
Toch wel handig, zo'n wet.

Vervolg II op: Zalm/AIVD

Geachte heer van Beers,

Ongetwijfeld is er een goede reden voor Uw weigering om antwoord te geven op mijn toch niet al te moelijke vraag:

Waar haalt minister Zalm het geld vandaan voor de bestrijding van terrorisme?

Zowel op 20 november 2004 alsook op 17 maart 2005 stelde ik het ministerie waarvan U woordvoerder bent die vraag.
De laatste keer was nadat U mij had bericht dat het antwoord te vinden zou zijn op de website van het ministerie.

Andermaal verzoek ik U het Nederlandse volk, en dan met name ondergetekende, te verklaren waar de tientallen miljoenen vandaan komen nadat de heer Zalm eerder had verklaard dat het geld op was.
Ofwel heeft de minister van financiën niet de gehele waarheid gesproken
ofwel komt hij binenkort met een extra pakket bezuinigingsmaatregelen.

Mocht U wederom verzuimen mij te berichten dan zal ik genoodzaakt zijn Uw superieuren hierover in te lichten.

Hoogachtend,

TW


P.s. Voor de goede orde laat ik U andermaal weten dat zowel mijn vragen alsook (het uitblijven van) de antwoorden worden vermeld op:
http://vragen.blogspot.com

25 mei 2005

Beeldrecht

Het Openbaar Ministerie vindt het publiceren van foto's van verdachten op internet in strijd met de regels op privacy en beeldrecht. Althans, dat vond zij in december 2004.

Politie Rijnmond heeft daar heel andere ideëen over en publiceert doodleuk foto's van mogelijke hooligans op haar website. Ik vroeg de minister van justitie of dat zomaar kan:

Geachte heer Donner,

In een artikel in Netkwesties, gepubliceerd op 9 december 2004 (http://www.netkwesties.nl/editie77/artikel1.php)
wordt beweerd (en ik citeer:)
"Het Openbaar Ministerie liet zelf weten niets te zien in het publiceren van foto's en andere gegevens van veelplegers. "Dat kan niet alleen vergissingen in de hand werken, maar herbergt ook het risico van eigenrichting." Het OM is meer voor 'het gereguleerd vrijgeven' van gegevens aan instanties."

Ogenschijnlijk werkt het Openbaar Ministerie niet in samenwerking met de Politie Rijnmond in het geval van zogenaamde hooligans, gezien het feit dat voornoemd politiekorps het nodig acht foto's van verdachten te publiceren op hun website: http://www.politie-rijnmond.nl/Spoorzoekers/intro.htm

Deze aktie lijkt in strijd met de wetten die er in dit land bestaan op het gebied van schending van beeldrecht waar bijvoorbeeld de heer Asscher van het Instituut voor Informatierecht U meer over kan vertellen.

Wellicht kunt U mij uitleggen waarom het Openbaar Ministerie de korpschef van Politie Rijnmond nog niet op de vingers heeft getikt:
Is de wet op dit punt verandert of heeft het OM haar mening sinds december 2004 radicaal herzien?

Voor de goede orde wijs ik U erop dat bovengenoemde vraag zowel als (het eventuele uitblijven van) Uw antwoord voor ook voor buitenstaanders is terug te vinden op http://vragen.blogspot.com

Hoogachtend,

TW

27 april 2005

Antwoord op: Hoogervorst

Nog geen twee weken geleden stelde ik een vraag aan minister Hans Hoogervorst.

Hier het antwoord van zijn ministerie:

Geachte heer W,

In uw e-mail richtte u zich tot de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Hoogervorst. De voorlichting over het beleid van de minister wordt gedaan door de directie Voorlichting en Communicatie. De Minister wordt door de Directeur Voorlichting en Communicatie voortdurend op de hoogte gehouden van brieven, meningen en ervaringen van burgers en vaak leerzame signalen uit de samenleving. De heer Hoogervorst hecht er ook aan, te weten wat er onder individuele burgers leeft.

Met uw vragen reageert u op de volgende uitspraak van de minister: "Ik vind dat er niet zoiets bestaat als een recht op ongezond leven."

In Nederland gaat veel geld om in de gezondheidszorg. Het wordt steeds duidelijker dat er een verband is tussen leefstijl en het vóórkomen van ziekten. Wat de minister wilde zeggen is dat er mensen zijn die in van alles investeren, maar niét in hun eigen gezondheid. De minister vindt dus dat je van mensen best mag vragen om wat meer in hun eigen gezondheid te investeren. Dat wil zeggen: zo goed mogelijk mee te werken aan het voorkómen of genezen van ziektes en aandoeningen.

Tegelijkertijd realiseert hij zich, net als u ook aangeeft, dat het zeer moeilijk is om aan te geven wanneer iemand er een ongezonde leefstijl op nahoudt. Hoe bepaal je of een ziekte het gevolg is van de ongezonde leefstijl? Waarschijnlijk is dat voor ieder individu anders. Waar liggen de grenzen en wie bepaalt ze? Vooralsnog heeft nog niemand een uitvoerbaar plan gemaakt.

De minister wil ook niet alleen wijzen op de negatieve kanten, maar vooral op de positieve aspecten van gezond leven en bewegen! Rond de zomer komt de minister samen met ondermeer de levensmiddelenindustrie, zorgverzekeraars, sportbonden en de supermarkten met een plan van aanpak om overgewicht aan te pakken en Nederland meer te laten bewegen.

Ik hoop dat ik u zo voldoende heb geïnformeerd,

met vriendelijke groet,
Jessie Camps
Publieksvoorlichting

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ Den Haag
www.minvws.nl

18 april 2005

Hoogervorst

Geachte heer Hoogervorst,

Recentelijk vernam ik van Uw voornemen om burgers die er in Uw ogen een ongezonde levensstijl op nahouden een naar verhouding hogere ziekenfondspremie te laten betalen. In de grond geen kwade gedachte maar wat is in Uw optiek "ongezond?"

Moet de gemeenschap opdraaien voor de behandeling van een blessure die een sporter moedwillig oploopt? Moeten mensen die in het centrum van een stad wonen een hoger bedrag aan ziekenfondspremie neertellen dan mensen die de gezondere lucht van het platteland inademen? Moeten mensen die nu stoppen met roken alsnog meer betalen dan anderen omdat zij in het verleden gerookt hebben? En hoe zit dat dan met een horeca-medewerker die zelf niet rookt maar zichzelf wel vrijwillig jarenlang heeft blootgesteld aan rookwalmen en mogelijk daardoor longkanker heeft opgelopen? Moet hij of zij dan ook maar zelf opdraaien voor de kosten van behandeling?

Mijn tweede vraag aan U is dus eigenlijk: "Welke persoon of instelling gaat bepalen welke mensen wel en welke mensen niet ongezond leven?"

Graag had ik van U per omgaande een antwoord op deze vraag dat niet vatbaar is voor andere interpretatie.

Bij voorbaat dank.

Hoogachtend,

29 maart 2005

Verdonk

Minister Rita Verdonk wil toekomstige Nederlanders in hun eigen land een inburgerings-examen laten afleggen via de ambassade. Telefonisch. Door middel van een geautomatiseerd systeem. Er bestaat echter officieel nog geen software dat zelfs maar Chriet Titulaer of Erik Hulzebosch verstaat. Of wordt wellicht van de cursisten geëist dat zij accentloos onze taal leren spreken? Ik vroeg het de minister:

Geachte mevrouw Verdonk,

Zou U de kiezers willen vertellen van welk spraakherkenningsprogramma Uw ministerie gebruik
maakt bij het afnemen van het inburgeringsexamen voor mogelijk toekomstige Nederlanders?
Bij mijn weten bestaat er namelijk nog geen software dat in staat is op correcte wijze een
onbekende mensenstem met voldoende begrip te interpreteren.

Wellicht is iemand bij Uw ministerie gestuit op een geheim software-project?
Of wellicht is Uw ministerie nog niet in staat de opdracht uit te voeren?

In elk geval had ik graag antwoord van U op de vraag:
Meent U serieus dat het inburgereingsplan (op korte termijn) gaat werken?

Alvast bedankt voor Uw ongetwijfeld weldoordachte antwoord.

Hoogachtend,

TW

17 maart 2005

Vervolg op: Antwoord op Zalm/AIVD

Hieronder een vervolgvraag op een antwoord van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van 2 december vorig jaar:


Geachte heer van Beers,

Op 2 december van het vorig kalenderjaar gaf U onderstaand antwoord op mijn vraag van 20 november 2004: http://vragen.blogspot.com/2004/11/zalmaivd.html

U geeft in Uw reaktie aan dat het ministerie toen nog niet wist waar het benodigde geld voor de bestrijding van terrorisme vandaan moet komen
en dat het antwoord bekend zou worden gemaakt via de website van het ministerie: http://www.minbzk.nl

Echter, tot op heden wordt op de website, noch elders op het internet,
melding gemaakt van de herkomst van de vele miljoenen die de heer Zalm claimt nodig te hebben om uit te geven aan de verschillende betrokken overheids-instanties.

Intussen worden diverse anti-terrorisme maatregelen geïmplementeerd.
Vandaar nogmaals mijn vraag:
Heeft de heer Zalm al die tijd gelogen over het Nederlandse financieringstekort of komen er nog nieuwe bezuinigingsronden
waarvoor het niet nodig is de burger op de hoogte te stellen?

Aannemend dat U mijn vraag serieus zult behandelen teken ik.

Hoogachtend

TW,

8 februari 2005

Geweldsverheerlijking

Vandaag vroeg ik het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aktie te ondernemen in het kader van het idee dat geweldsverheerlijking tot een strafbaar feit moet worden gesteld:

Geachte dames, heren,

In reaktie op Uw voornemen om het verheerlijken van geweld strafbaar te stellen
verzoek ik U de Koninklijke Landmacht te straffen voor het op de nationale televisie uitzenden
van promotie-spotjes die tot doel hebben mensen aan te zetten
tot gebruik van geweld.
Of wordt voor deze groep geweldsplegers een uitzondering gemaakt?
Zo ja, op welk beginsel wordt dit onderscheid gebasseerd?

In de verwachting dat U tot een juiste keuze komt en mij daarover informeert, teken ik.

Hoogachtend,

Dhr. T. W.