Een bezorgd burger stelt vragen aan machthebbers

8 september 2005

Antwoord op: Nienke Kleiss

Mijn vraag van gisteren aan de heer Donner is beantwoord door een woordvoerder van het College van Procureurs-Generaal en wel zo snel dat mag worden vermoed dat het antwoord al klaar lag voordat de vraag werd gesteld. Een beetje zoals de arresteatiebevelen al klaar lagen voordat Marinus van der Lubbe zijn taak had volbracht...

Geachte heer TW,

Ik geef u hierbij de reactie van het College van procureurs-generaal van het
Openbaar Ministerie op de uitzending van Netwerk over de z.g.n.Schiedammer
parkmoord, 5 september 2005.

De rapportage van het NFI waaruit blijkt dat er op verschillende plaatsen
celmateriaal is aangetroffen dat een onvolledig DNA-profiel opleverde van
een onbekend individu, niet zijnde Borsboom, stond ter beschikking van de
rechtbank en het Hof. Ook is, zowel in eerste aanleg als tijdens het hoger
beroep, de DNA-deskundige van het NFI ter zitting gehoord als
getuige-deskundige. De advocaat-generaal (AG) heeft geen
onderzoeksresultaten van het NFI ontkend, maar heeft in haar requisitoir de
deskundige van het NFI gevolgd in zijn uitspraken ter zitting.
Volgens het OM is er derhalve geen cruciaal bewijs achtergehouden in deze
zaak.

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft in elk rapport van deze zaak
aangegeven geen match te hebben gevonden tussen het DNA-profiel van de
verdachte en de sporen die zijn gevonden op de plaats van het delict.
Op verzoek van de raadsman heeft het Hof nog een aantal aanvullende
DNA-onderzoeken laten verrichten. De AG gaat in haar requisitoir in op het
DNA-profiel van de onbekende derde dat is gevonden in nagelvuil van Nienke
en op Nienke's linkerlaars. Zij zegt dat dat profiel door de DNA-databank is
gehaald, maar dat dat geen hit heeft opgeleverd. Zij plaatst de kanttekening
dat het enkele feit dat DNA-materiaal wordt aangetroffen niets zegt, omdat
ieder mens DNA achterlaat, de een makkelijker dan de ander. "Bij het geven
van een hand kun je al DNA 'sharen'", waar het om gaat is dat er
aanwijzingen moeten zijn dat het om een daderspoor gaat. De AG zegt dat zij
geen indicatie heeft dat het profiel in het nagelvuil en op de linkerlaars
daderprofielen zijn. Zij leunt daarbij op wat de DNA-deskundige heeft gezegd
op de terechtzitting van 18 februari 2002, namelijk dat het DNA van het
nagelvuil/wreef laars geen relatie met het delict hoeft te hebben.
Het OM heeft geen enkele reden te twijfelen aan de deskundigheid van het NFI
in deze zaak.

Het College van Procureurs-generaal heeft eind december 2004 opdracht
gegeven de opsporing en vervolging in de Schiedammer parkmoord te evalueren.
Dit onderzoek is inmiddels afgerond en bevindt zich in de consultatiefase.
Zodra deze fase is afgerond zal het College van PG's zijn bevindingen
openbaar maken.


Ik hoop dat ik u van dienst heb kunnen zijn

Met vriendelijke groet,

Dick Zuilhof
Publieksvoorlichting Openbaar Ministerie

Geen opmerkingen: